Wat kun je als veehouder zelf doen bij dehydratatie?

Wanneer kalveren last hebben van diarree, of als runderen zware bloedingen vertonen na een bevalling of keizersnede, kunnen deze dieren op korte tijd veel vocht verliezen. “Het is zaak om de tekorten bij de dehydratatie snel en correct in te schatten, zodat de juiste vloeistoftherapie kan worden berekend en toegediend. Die behandeling zelf is specialistenwerk en moet dus gebeuren door de dierenarts. Maar voor de klinische inschatting kan ook de landbouwer een grote rol van betekenis vervullen”, zegt vakdierenarts rund Marc Goderis

Vóór de behandeling

Een typisch symptoom van dehydratatie is de neergeslagen houding

Een typisch symptoom van dehydratatie is de neergeslagen houding

“Om na de dehydratatie een spoedig herstel te kunnen garanderen, zijn een snelle vaststelling en een juiste inschatting van groot belang. Typische symptomen die een veehouder met het blote oog kan opmerken, zijn bijvoorbeeld een vertraagde palpebrale reflex, een verzakking van de oogbollen, de afwezigheid van de zuigreflex en een neergeslagen houding. Dit zowel bij kalveren als runderen. De oren hangen, het dier houdt zijn kop lager en geeft zo een depressieve indruk. De mate waarin deze symptomen zich voordoen, bepaalt de gradatie van de dehydratatie”, zegt Marc.

De behandeling zelf

“Dit is dan weer van belang voor de behandeling zelf, waarbij ik als dierenarts de fysiologische tekorten moet zien te corrigeren. Voor de berekening en bereiding van de juiste vloeistoftherapie hou ik rekening met het reeds voorgedane verlies, een onderhoudsdosis en het toekomstig verlies. Bij kalveren gebeurt de de toediening van de elektrolyten meestal oraal. Indien de zuigreflex afwezig is of de algemene toestand te slecht is, worden ze intraveneus behandeld. Bij runderen drenchen we, ofwel gebeurt de toediening ook hier intraveneus. Ook de snelheid is dan van belang. Een kortdurend stootinfuus is bedoeld om de belangrijkste ionaire afwijkingen te corrigeren, zodat de zuigreflex terugkeert en ik daarna kan overstappen op een orale toediening van de resttekorten. Is er een blijfinfuus nodig, dan gaat het om een tragere toediening, maar dan is dit wel permanent”, onderstreept de expert van Goderis CowCompany het belang van een snelle vaststelling.

 

Na de behandeling

“Ook na mijn eigen evaluatie van de toediening, reken ik op de veehouder voor de verdere opvolging van de behandeling. Zo is het belangrijk om kalveren nadien een dagelijkse onderhoudsdosis van zo’n 2,5 l volle melk te blijven doorgeven, al dan niet aangevuld met elektrolyten. Dit om energie te blijven voorzien. Tot slot moeten de dieren ook altijd toegang hebben tot vers, proper water“, aldus nog Marc Goderis.

Indien de zuigreflex afwezig is of de algemene toestand te slecht is, worden de kalveren intraveneus behandeld

Indien de zuigreflex afwezig is of de algemene toestand te slecht is, worden de kalveren intraveneus behandeld

 

Dit artikel kwam tot stand na een lezing van Bart Pardon, Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Gent.

 

Meer weten over diergeneeskunde? Contacteer Marc Goderis!

2020-05-18T11:26:08+00:00