Vaccineer je veestapel voor het uitweiden

Het uitweiden van de veestapel levert elk voorjaar mooie taferelen op, maar het houdt ook bepaalde risico’s in. In het gras of de buitenlucht houden zich immers beestjes schuil die je niet aantreft in de stallen, die drager kunnen zijn van parasieten. Bovendien betekent elk contact tussen de dieren – direct of indirect – een risico op de insleep van ziektekiemen. Een preventieve behandeling, door de koeien te vaccineren, is hier dan ook aangewezen om hen zo te beschermen tegen eventuele besmettingen.

Blauwtong

Blauwtong is een virusbesmetting die door bepaalde muggen wordt overgedragen. Wereldwijd zijn er 24 serotypes van blauwtong bekend. De symptomen hiervan bij runderen zijn koorts, een rode neusspiegel, rode oogleden en ontsteking van de klauwrand. Soms zijn er rode vlekken te zien op de uier. De diagnose gebeurt na een bloedstaalname.

Behalve door de muggen, kan het virus ook via bloed en sperma van besmette dieren worden overgedragen. Dit heeft als gevolg dat ook kalveren in de baarmoeder besmet kunnen raken. Dit kan dan leiden tot ernstige hersenaantasting bij die kalveren (de zogeheten ‘dummy’ kalveren), of een hoger aantal verwerpingen bij de drachtige dieren.

De mogelijke bestrijdingsmaatregelen zijn het jaarlijks vaccineren van de vatbare dieren en het beperken van hun verplaatsingen tussen verschillende weiden. Vaccineren kan in het geval van een uitbraak wettelijk verplicht worden om dieren te mogen verhandelen naar gebieden die virusvrij zijn.

BVD

Boviene virale diarree wordt veroorzaakt door een virus, dat op allerlei manieren kan worden overgebracht (speeksel, mest, urine …). Afhankelijk van de afweer van het dier, de leeftijd, het type BVD-virus, de infectiedruk enz. kan dit virus aanleiding geven tot een sterk verminderde vruchtbaarheid door embryonale sterfte, verwerpingen, (vroeg)geboorte van zwakke of abnormale kalveren en zogeheten BVD-dragers of IPI’s. Bij die laatsten kan het virus een sterk verminderde afweer en een achterstallige groei veroorzaken, wat dan weer leidt tot verdere problemen.

Er zijn dus tal van symptomen en gevolgen. Anders dan de naam doet vermoeden, komt diarree trouwens maar zelden voor. De afwezigheid van diarree wil dan ook zeker niet zeggen dat men een BVD-infectie kan uitsluiten.

Voor BVD is er geen behandeling, een preventieve aanpak is de enige bestrijdingsvorm. Dit houdt in dat de dragers worden opgespoord en afgevoerd, dat er een goeie opvolging van alle pasgeboren kalveren is en dat het risico op herinsleep ingeperkt wordt door een goeie hygiëne en bioveiligheid. Een mogelijke ondersteuning in de bestrijding is de vaccinatie.

 

IBR

IBR staat voor Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis. Het wordt veroorzaakt door een virus dat de bovenste luchtwegen van runderen aantast. Deze infectie kan gewoon via de lucht worden overgedragen. De besmetting verspreidt zich voornamelijk via aankoop van een besmet rund (de drager) of door contacten tussen de dieren op de weide.

De symptomen zijn een verminderde eetlust, een waterige, slijmerige neusuitvloei, hoge koorts en verwerpingen. Vooral de subklinische vorm is belangrijk omdat deze – naast een productiedaling – ook een immuniteitsdaling veroorzaakt, waardoor de dieren vatbaarder zijn voor andere infecties. Dit brengt dan dus grote economische gevolgen met zich mee. Een bloedanalyse kan uitsluitsel geven of een bedrijf besmet is en er al dan niet dragers voorkomen van het wildvirus.

IBR-bestrijding bestaat hoofdzakelijk uit het nemen van preventieve maatregelen. Om te voorkomen dat besmette runderen het virus overbrengen naar gevoelige dieren, kun je de besmette dieren afvoeren, de dragers afzonderen en/of correct vaccineren.

Leverbot en maagdarmworm

Tot slot zijn er nog de leverbot en maagdarmworm die typisch de kop opsteken tijdens het weideseizoen. De leverbot is een parasiet met de weideslak als tussengastheeer, die runderen kunnen binnenkrijgen bij het grazen in vochtig gras. Hetzelfde geldt voor de maagdarmworm, die als larve wordt opgenomen bij het grazen en zich tot het volwassen stadium ontwikkelt in de koe als gastheer.

De wormeieren die vervolgens in de organen van de koe geproduceerd worden, worden met de mest uitgescheiden en komen zo terug in de weide terecht. Op deze manier neemt de besmettingsdruk dus vaak toe gedurende het weideseizoen.

Hier kan vaccinatie geen soelaas bieden, maar moet een goede ontwormingsstrategie worden toegepast. Die is steeds bedrijfsspecifiek en moet bepaald worden in overleg met de bedrijfsdierenarts.

Lees hier onze eerdere blogpost over de juiste ontwormingsaanpak voor je veestapel.

 

Bronnen: DGZ en FAVV.

 

Meer weten over diergeneeskunde? Contacteer Marc Goderis!

2019-04-07T08:17:04+00:00