5 tips voor een goeie kalveropfok

Bij de geboorte van een kalf is de opfok hiervan cruciaal om later een maximale melkproductie te bekomen. “Het doel is om in deze eerste levensfase een zo hoog mogelijke weerstand op te bouwen met een zo laag mogelijk gebruik van antibiotica”, zegt vakdierenarts rund Marc Goderis van Goderis CowCompany, die hiertoe graag zijn tips als veearts deelt.

1. Verhoog de colostrumkwaliteit

Een goeie opfok begint eigenlijk al vóór de geboorte, bij het voederen van de koe. “In de eerste levensuren sonderen we de kalveren met colostrum en de kwaliteit hiervan hangt af van het veevoeder”, legt Marc uit. Die kwaliteit wordt bepaald door het gehalte aan immunoglobulinen (IgG), wat dan weer in rechtstreeks verband staat met de weerstandsopbouw. “Door in de laatste 6 weken dracht een samenstelling van eiwitten, vitaminen en mineralen toe te dienen, kun je de concentratie aan IgG wat opkrikken, zodat je het kalf dan minder biestmelk hoeft te geven”, vervolgt de veearts.

2. Meten is weten

Het aantal liter colostrum dat je moet sonderen, hangt dus af van het gehalte aan IgG. Uiteindelijk moet het kalf in de eerste 6 uren na de geboorte zo’n 200 gram IgG binnen krijgen. Dit mag natuurlijk geen nattevingerwerk zijn. “Met een colostrummeter kun je het soortelijk gewicht van de biest bepalen, wat in relatie staat met de IgG-concentratie. Afhankelijk van het werkingsprincipe van de meter – gravitair of optisch – is het meetresultaat een concentratie of een procentuele Brix-waarde. In beide gevallen kun je op tabellen de kwalitatieve grenswaarden terugvinden, en kun je tegelijk ook aflezen hoeveel liter het kalf moet krijgen om die 200 gram IgG-doelstelling te halen”, toont hij.

3. Werk snel en hygiënisch

Is de biestmelk van hoge kwaliteit, dan moet je er zoals eerder gesteld minder toedienen. Het is aan te raden om hiermee een colostrumbank aan te leggen, zodat je die bij een volgende geboorte kan aanspreken wanneer de biestkwaliteit dan ondermaats zou zijn. “Heel belangrijk bij het invriezen van het colostrum is om dit meteen te doen, om zo bacteriële groei te voorkomen. Om diezelfde reden moet je ook heel snel en hygiënisch te werk gaan bij het melken en het sonderen”, benadrukt Marc.

4. Werk nu al aan de latere melkproductie

Vanaf de eerste levensweek tot ze ongeveer 2 à 2,5 maanden oud zijn, krijgen de kalveren poedermelk. “Ik raad aan om dit aan te vullen met krachtvoeder met volle granen, zolang de dieren deze melk krijgen. Hierdoor bekom je een veel betere ontwikkeling van de penswand en penspapillen, waardoor de koeien op latere leeftijd hogere gehaltes aan zetmeel kunnen opnemen en finaal een hogere melkproductie zullen opleveren. Een goeie maatstaf om te weten of je op ‘productieschema’ zit, is als het kalvergewicht op 50 dagen verdubbeld is ten opzichte van bij de geboorte. Volg dit dus eveneens goed op”, tipt hij verder.

5. Hou de kalveren gescheiden

Ook de huisvesting is van kapitaal belang in de eerste levensfase. “Om de infectiedruk zo laag mogelijk te houden, adviseer ik om de kalveren tot aan het spenen of minimum tot 3 weken na de geboorte in individuele boxen onder te brengen. Voorzie hierbij voor elk kalf ook een eigen drinkfles en -emmer en vertrek bij het geven van de melk altijd bij de jongste dieren, met de laagste weerstand. In die eerste weken stimuleer je vooral de passieve immuniteit, door het toedienen van de biest, maar daarna neemt de zelf opgebouwde, actieve immuniteit de bovenhand. Eenmaal de weerstand voldoende hoog is, mogen de kalveren wel samen in de stal”, klinkt het nog.

 

Meer weten over diergeneeskunde? Contacteer Marc Goderis!

2019-03-28T13:47:31+00:00